Verschillende soorten Aloe

Aloe is de geslachtsnaam van vele soorten. Hieronder zal ik er steeds één uitlichten. 

 

ALOE ARBORESCENS

Aloe arborescens is een grote, veelhoofdige plant die zijn naam (boomaloë) dankt aan zijn stamvormende groei. De boomaloë kan 3 tot 4 meter hoog worden. De plant heeft zich in de loop der jaren aangepast aan diverse groeiplaatsen, maar zijn oorspronkelijke habitat bestond uit bergachtig gebied met als favoriete plaats bergkammen, rotsachtige richels en kliffen.
Ook werd deze plant gevonden in dichtbegroeide bossen. Het is een van de weinige aloë’s die groeit op plaatsen van zeeniveau tot aan de toppen van de bergen.

Aloe arborescens wordt ook wel Krantzaloe genoemd. Deze naam verwijst naar het Afrikaanse woord "krantz" dat "rotsachtige klif" betekent.

Aloe arborescens is een van de ongeveer 130 aloë-soorten die inheems zijn in Zuid-Afrika, Malawi,Mozambique, Swaziland en Zimbabwe. Het is waarschijnlijk de meest wijd en zijd gecultiveerde aloë in de wereld die als kuipplant vaak te vinden is op buitenplaatsen en in kasteeltuinen. De plant behoort tot de eerste groep aloë’s die verzameld en geplant werden in de Company’s Garden in Cape Town. In 1674 begon professor Commelin de plant in Amsterdam te kweken. Zeven jaar later was de plant voor het eerst in de Hortus Amsterdam te bezichtigen.

De plant produceert een zoete nectar waarop vogels, vlinders en bijen af komen.

TRADITIONELE TOEPASSINGEN:

* In Zuid-Afrika plant men de boomaloë als een beveiligingsomheining rondom kralen
* De Zulu’s gebruiken afkooksels van de bladeren bij bevallingen en bij de behandeling van zieke kalveren
* In de Transkei gebruikt men de plant tegen maagpijn en wordt het gegeven aan kippen om te voorkomen dat ze ziek worden
* De mensen in het Oosten kweken deze aloë in hun tuinen als een gemakkelijke eerste-hulp-middel tegen brand- en schaafwonden.

Het Westen kreeg pas oog voor de helende eigenschappen van deze plant nadat zijn heilzame werking bij de behandeling van de stralingsslachtoffers in Hiroshima bekend werd. Aloe arborescens is het enige andere lid van de aloëfamilie die naast Aloe vera veelvuldig gebruikt wordt voor medicinale doeleinden, met dezelfde effectieve werking. Aloe arborescens wordt, vanwege zijn bacteriegroei-remmende werking, veelal toegepast om brandwonden te behandelen.

 

 

KALANCHOE BEHARENSIS

Kalanchoe - algemeen

De Franse botanicus Michel Adanson heeft de plant in 1763 de Latijnse naam Kalanchoe gegeven. De geslachtsnaam Kalanchoe is hoogstwaarschijnlijk een verbastering van het Chinese ‘Kalan chay huy’. In 1927 werd de plant vanuit Afrika naar Parijs gebracht. De Duitse zaadhandelaar Robert Blossfeld zag  in 1928 voor het eerst deze plant. Hij was er zo enthousiast over dat hij er een commerciële kamerplant van maakte welke hij in 1932 introduceerde. Tevens werd zijn naam aan deze kamerplant verbonden: Kalanchoe blossfeldiana. Dankzij Deense en Nederlandse veredelaars brak de Kalanchoe in de jaren ’80 van de vorige eeuw internationaal door.

Kalanchoe beharensis

Kalanchoe beharensis behoort, evenals alle andere Kalanchoe’s, tot de vetplantenfamilie (Crassulaceae). Deze plant komt van oorsprong uit Zuid-Madagascar. Dat blijkt ook wel uit de naam ‘beharensis’, dat afgeleid is van het woord ‘Behara’. Behara is een plaats in Zuid-Madagascar. In 1903 werd de plant voor het eerst beschreven door de, in Parijs geboren, botanicus Emmanuel Drake del Castillo. Kalanchoe beharensis heeft een knobbelige stam. Dit wordt veroorzaakt door oude bladmerken. Dit zijn plaatsen waarvan de bladeren zijn afgevallen. In tegenstelling tot Kalanchoe blossfeldiana komt de sierwaarde van Kalanchoe beharensis niet van de bloemen. De kleine, trosvormige, licht gekleurde bloempjes stellen namelijk niet zoveel voor. Het gaat bij Kalanchoe beharensis duidelijk om de bijzondere, sierlijke bladeren. De plant heeft grote, viltige bladeren met een gekartelde rand. De rugzijde van de bladeren is erg gewelfd. De kleur varieert van zilver tot lichtgroen. De bladeren kunnen uitgroeien tot een lengte van 30 cm en een breedte van 10 cm. Vanwege de vorm van de bladeren wordt Kalanchoe beharensis ook wel ‘Olifantsoor’ genoemd. Onder gunstige leefomstandigheden kan de plant een hoogte van 3 meter bereiken.

 

ALOE POLYPHYLLA - “EDELSTEEN VAN DE DRAKENSBERG”

Oorspronkelijke herkomst
Deze fascinerende, stamloze Aloe is afkomstig van de Malutibergen in Lesotho en van de Drakensberg in KwaZoeloe-Natal. Beide koninkrijken liggen in het zuiden van Afrika.  Aloe polyphylla groeit in de spleten van basaltrotsen op erg steile hellingen tussen 2000 en 2500 meter hoogte en soms nog hoger. Hier valt regelmatig sneeuw. Regen en mist komen er het hele jaar voor. De plant tolereert temperaturen tussen de -12°C en +32°C.

Spiraalaloë
Het meest opvallende zijn de brede, grijsgroene bladeren, die in een perfecte spiraal lopen.
Dit kan zowel links- als rechtsdraaiend zijn. Aloe polyphylla wordt daarom Spiraalaloë genoemd. De planten moeten eerst 20-30 cm in doorsnee zijn voordat de spiraalvorming begint. De spiraal wordt gevormd door 5 bladrijen die elk bestaan uit 15 tot 30, elkaar overlappende, bladeren. De soortnaam polyphylla betekent dan ook “veel bladen”.
De, doorgaans donkere, paarsachtig-bruine bladpunten zijn behoorlijk scherp.
Spiraalaloë siert zich in de lente en vroege zomer met geel-rood-oranje bloemen.

Bedreigde status
Aloe polyphylla is één van ’s werelds meest bedreigde plantensoorten. Zijn verspreidingsgebied wordt bedreigd door drie factoren:

  • Het jarenlang achtereen in overvloedige mate verzamelen van de plant door succulentenliefhebbers
  • Voor de bestuiving is de plant afhankelijk van de Malachite Sunbird, een vogelsoort die eveneens in zijn voortbestaan ernstig wordt bedreigd
  • De groei van het aantal landbouwbedrijven 

Gebruik
Aloe polyphylla wordt door de inheemse bevolking gebruikt voor het vervaardigen van traditionele medicijnen. Er worden ook veel geluksamuletten van gemaakt.